Online leren, virtual classroom en andere vormen van onderwijs tijdens de Corona crisis. Wat zijn de verschillen?

By 29 mei 2020 Blog

Door de Corona crisis moeten scholen en onderwijs instituten op zoek naar alternatieven voor het verzorgen van onderwijs. Digitaal verzorgen van onderwijs is meer dan het voorlezen van een powerpoint en dat op youtube zetten. Er is veel spraakverwarring over de vormen en in dit artikel willen we bij #5ST3PS wat duidelijkheid geven.

Begrippen die gebruikt worden als het gaat om online onderwijs zijn de e-learning, de virtual classroom en de webinar. De verschillen worden bepaald door drie factoren, ‘live’, de content en de interactie.

Live wil zeggen of een activiteit al dan niet live kan worden gevolgd. Vormen van niet-live zijn opgenomen content die al dan niet in een onderwijseenheid worden gepresenteerd.

De content is de inhoud van de onderwijseenheid. In een onderwijseenheid wil je een doel bereiken zodat degene die de onderwijseenheid voltooit kennisinzicht en vaardigheden verwerft. De kennis component is van deze drie de makkelijkste. Of je weet het of je weet het niet. Een kenniscomponent voor een Scrum opleiding kan bijvoorbeeld zijn: ‘de kandidaat is in staat de vijf waarden van Scrum te benoemen’

Inzicht wordt lastiger omdat je de student moet activeren en toetsen of de kenniscomponent daadwerkelijk ‘begrepen’ is. Vaardigheden gaan een stap verder omdat de student geactiveerd moet worden om de vaardigheid daadwerkelijk toe te passen binnen een relevante context. Dat klinkt vaag, daarom een voorbeeld.

Belangrijk in Six Sigma zijn de begrippen variantie en de target waarde.  Populaire oefeningen zijn een dartbord en een set kaarten. Door pijltjes op een dartbord te gooien of kaarten van een zekere hoogte naar beneden te laten vallen, kun je inzicht geven in de begrippen variantie en de target waarde. Alleen de volgende stap is de vertaling van deze oefeningen naar de vaardigheden en de relevante context. Ik ga ervan uit dat je als Green Belt niet de opdracht krijgt kaarten te laten vallen. Dan moet je nadenken over de vorm en de oefening.

Interactie wil zeggen in hoeverre er interactie is tussen trainer en groep en tussen groepsleden onderling. De interactie kan zijn eenzijdig, er wordt gezonden door de trainer, of tweezijdig. De interactie kan actief of passief zijn.

Actieve interactie wil zeggen dat je onderdeel bent van de communicatie en zelf als student een actieve bijdrage levert. Passieve interactie wil zeggen dat de trainer leidend is in de interactie en als onderdeel daarvan de ruimte biedt voor de student te reageren op wat hij/zij heeft verteld.

Een voorbeeld van een actieve interactie is dat de student zelf casuïstiek inbrengt en dit door de trainer wordt omgebouwd tot lesstof. Een voorbeeld van een passieve interactie is dat de trainer wat heeft verteld en vervolgens de gelegenheid geeft al dan niet via een chatfunctie om vragen te stellen of ‘Thumbs up’ ten teken dat de stof is begrepen.

Actief en passief gaan dus niet over of je wel of niet meedoet in deze definitie, maar over het verschil tussen acteren en reageren. Reageren studenten op wat de trainer aanbiedt of acteren studenten op de intentie van de lesstof.

In een e-learning worden onderwijseenheden aangeboden die de student dan zelf moet verwerken. Afhankelijk van het instituut wordt al dan niet (online) ondersteuning aangeboden voor als de student bij het studeren vragen heeft.

In een webinar wordt een onderwijseenheid aangeboden en gepresenteerd door een trainer die door de studenten live kan worden bijgewoond en waarbij er de mogelijkheid is te reageren.

In een virtual classroom wordt een onderwijseenheid aangeboden waarbij door groepswerken gefaciliteerd door de trainer de stof wordt verwerkt.

Vooral de laatste twee begrippen zorgen voor verwarring nu vaak de term ‘virtual classroom’ wordt gebruikt terwijl de vorm dan feitelijk een ‘webinar’ is.

Dan is de laatste vraag is dat van belang?

Onderwijs bestaat uit drie componenten, namelijk het ontwerpen, het geven en het toetsen. Om deze drie componenten in te vullen, moet je visie hebben op de grondslagendoelen en kwaliteit van het onderwijs.

Plat gezegd, doen wat je altijd al deed en daar een camera opzetten heeft het risico dat je het doel van wat je aan het doen bent volledig voorbij schiet.

Afhankelijk van de grondslagen, doelen en kwaliteit kies je een vorm. Bij 5ST3PS kiezen we voor ‘e-learning plus’ en de ‘virtual classroom’. E-learning Plus houdt in dat je in jouw eigen tempo de onderwijseenheden kunt doorwerken en voor de beroepsvaardigheden deelneemt aan echte live sessies waarin de beroepsvaardigheden geactiveerd worden en coaching door een Master Black Belt.

De Virtual Classroom is volledig gericht op de beroepsvaardigheden waarbij we je leren hoe je zelf Lean, Six Sigma, Agile en Scrum kunt toepassen op afstand.

Voorlopig hebben we te maken met een nieuwe realiteit dat we meer op afstand moeten doen. Dus ook al wacht je tot deze crisis voorbij is, tot die tijd zullen problemen in processen opgelost moeten worden of moeten nieuwe processen worden neergezet of aangepast of moet je op afstand samen werken om projectmatig op te leveren. Met Lean en Six Sigma voor processen en Agile en Scrum voor projectmatig werken ben je nu eenmaal veel efficiënter en effectiever.

Zelf meemaken? Ga naar www.5st3ps.nl

Laat een reactie achter

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Wil jij de eerste 20 modellen van het boek Modellen voor Agile werken ontvangen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Subscribe

* indicates required