In de Improve-fase van DMAIC ontwikkel je oplossingen voor aangetoonde grondoorzaken, vergelijk je alternatieven, beoordeel je risico’s en test je de gekozen oplossing op kleine schaal. De beste oplossing is niet automatisch het populairste of meest technische idee. Het is de oplossing die de oorzaak aantoonbaar beïnvloedt, uitvoerbaar is en in de praktijk het gewenste effect laat zien zonder onaanvaardbare neveneffecten.
Kort gezegd: in Analyze bewijs je waardoor het probleem ontstaat; in Improve bewijs je dat jouw oplossing die oorzaak voldoende beïnvloedt.
Wat is de Improve-fase van DMAIC?
DMAIC staat voor Define, Measure, Analyze, Improve en Control. Het is een gestructureerde verbeteraanpak voor bestaande processen die niet aan de gewenste prestaties of klantverwachtingen voldoen. In de eerste drie fasen maak je het probleem scherp, leg je de huidige prestatie vast en bewijs je de grondoorzaken. Pas daarna ontwikkel en test je in Improve oplossingen.
Improve is meer dan brainstormen of een actieplan maken. Je vertaalt een aangetoonde grondoorzaak naar een onderbouwde procesverandering en laat daarbij drie dingen zien:
- de gekozen oplossing sluit logisch aan op de grondoorzaak;
- een praktijktest laat een voldoende verbetering zien;
- risico’s en ongewenste effecten zijn beheersbaar.
De uitkomst van Improve is geen lange ideeënlijst, maar een geteste oplossing met een onderbouwd besluit: invoeren, aanpassen, opnieuw testen of stoppen.
Wat moet uit de Analyze-fase klaarstaan?
Een Improve-fase wordt zwak wanneer het team nog discussieert over de oorzaak. Controleer daarom eerst of de overdracht vanuit de Analyze-fase van DMAIC voldoende scherp is.
Minimaal nodig zijn:
- een duidelijk omschreven en met gegevens onderbouwde grondoorzaak;
- inzicht in de relatie tussen die oorzaak en de prestatiemaatstaf;
- een betrouwbare baseline uit de Measure-fase;
- een afgebakend proces en een duidelijke doelgroep;
- eisen van klanten en andere betrokkenen;
- bekende randvoorwaarden, zoals veiligheid, wetgeving, capaciteit en budget.
Een vermoedelijke oorzaak is niet genoeg. ‘Medewerkers plannen niet goed’ geeft nog geen houvast. ‘Dossiers wachten doordat medewerkers te veel werk tegelijk starten’ leidt wel naar een toetsbare oplossingsrichting. Ga bij twijfel terug naar Analyze; dat kost meestal minder tijd dan de verkeerde oplossing breed invoeren.
Stap 1: formuleer een meetbare ontwerpopdracht
Begin niet met ‘Welke ideeën hebben we?’, maar met ‘Wat moet de oplossing aantoonbaar veranderen?’ Een goede ontwerpopdracht verbindt oorzaak, doel en randvoorwaarden.
Beantwoord daarvoor in de improve fase DMAIC vijf vragen:
- Welke bewezen grondoorzaak moet worden beïnvloed?
- Welke primaire prestatiemaatstaf moet verbeteren?
- Hoeveel verbetering is minimaal nodig?
- Welke klant- en proceseisen moeten behouden blijven?
- Welke neveneffecten zijn niet acceptabel?
Een vage opdracht als ‘we moeten sneller werken’ nodigt uit tot losse ideeën. Een scherpere opdracht is:
Verlaag de wachttijd vóór de inhoudelijke beoordeling door het aantal gelijktijdig actieve dossiers te beperken, zonder dat fouten, overdrachten of werkdruk toenemen.
Deze formulering helpt het team later ook beslissen. Een oplossing die de wachttijd verlaagt maar herstelwerk veroorzaakt, voldoet niet aan de volledige opdracht.
Maak bovendien onderscheid tussen een resultaatmaatstaf en een procesmaatstaf. Doorlooptijd is bijvoorbeeld het gewenste resultaat. Het aantal actieve dossiers is een procesmaatstaf die laat zien of het werkgedrag werkelijk verandert. Beide zijn nodig om het effect te begrijpen.
Stap 2: ontwikkel meerdere oplossingsrichtingen
De eerste oplossing komt vaak voort uit wat het team al kent of wat technisch aantrekkelijk klinkt. Dat maakt het een bruikbaar idee, maar nog geen onderbouwde keuze. Ontwikkel daarom meerdere oplossingsprincipes voordat je concrete varianten selecteert.
Denk bijvoorbeeld aan een processtap wegnemen, werk in uitvoering begrenzen, een beslisregel verduidelijken, overdrachten verminderen, een fout bij de bron voorkomen of een verbeterde werkwijze ondersteunen met automatisering.
Gebruik vragen die het team uit bekende oplossingen trekken:
- Hoe voorkomen we dat de oorzaak ontstaat?
- Hoe maken we een afwijking direct zichtbaar?
- Wat kan eenvoudiger, eerder of in één keer goed?
- Wat gebeurt er als we een stap volledig weglaten?
Betrek medewerkers in de improve fase DMAIC die het proces uitvoeren en, waar mogelijk, de interne of externe klant. Zij zien vaak praktische beperkingen en neveneffecten die in een projectteam onzichtbaar blijven.
Stap 3: vergelijk oplossingen met vaste criteria
Een oplossing kiezen op basis van enthousiasme, functie of de luidste stem maakt de beslissing moeilijk uitlegbaar. Stel de criteria daarom vast voordat je de opties beoordeelt.
Een eenvoudige beslismatrix kan deze criteria bevatten:
| Criterium | Centrale vraag |
|---|---|
| Effect op de grondoorzaak | In welke mate beïnvloedt deze oplossing de bewezen oorzaak? |
| Klantwaarde | Verbetert dit wat voor de klant belangrijk is? |
| Uitvoerbaarheid | Past de oplossing bij capaciteit, kennis, techniek en wetgeving? |
| Risico | Welke nieuwe fouten, veiligheidsrisico’s of ongewenste effecten kunnen ontstaan? |
| Kosten en inspanning | Staan investering en implementatielast in verhouding tot het verwachte effect? |
| Draagvlak | Kunnen en willen betrokkenen volgens de nieuwe werkwijze werken? |
Geef belangrijke criteria een hogere weging en gebruik voor iedere oplossing dezelfde schaal. Formuleer die steeds in dezelfde richting: een hogere score moet gunstiger zijn.
Een Pugh matrix helpt alternatieven systematisch met een referentieoplossing te vergelijken. Gebruik de uitkomst niet als automatische beslissing: de score is slechts zo betrouwbaar als de gegevens en aannames erachter. Markeer onzekerheden daarom als ‘aanname — te toetsen in pilot’. Een uitgewerkt voorbeeld kun je trouwens lezen in dit artikel over de toepassing van de Pugh matrix.
Stap 4: beoordeel risico’s en neveneffecten
Een oplossing in de improve fase DMAIC kan het hoofdprobleem verkleinen en tegelijk elders nieuwe problemen veroorzaken. Sneller afhandelen kan bijvoorbeeld leiden tot meer fouten. Minder voorraad kan de leverbetrouwbaarheid kwetsbaarder maken. Automatisering kan handwerk verminderen, maar ook uitzonderingen onzichtbaar maken.
Beoordeel vóór de test daarom:
- waar de nieuwe werkwijze kan falen;
- wat klanten, medewerkers of andere processen daarvan merken;
- hoe ernstig het gevolg kan zijn;
- waardoor de fout kan ontstaan;
- hoe de fout tijdens de test wordt ontdekt;
- welke preventieve of detecterende maatregel nodig is.
Voor een eenvoudige verandering volstaat vaak een compacte risicotabel. Bij een complexer, veiligheidskritisch of organisatiebreed proces kan een FMEA passend zijn. FMEA is een systematische methode om mogelijke faalwijzen, effecten en oorzaken te benoemen en maatregelen te prioriteren. Het doel is niet een zo groot mogelijk formulier, maar belangrijke risico’s vroeg herkennen en verkleinen.
Stap 5: test in de improve fase DMAIC de oplossing op passende schaal
Een pilot in de improve fase DMAIC is geen vrijblijvende demonstratie en ook geen vroege uitrol. Het is een afgebakende praktijktest waarmee je onderzoekt of de oplossing het beoogde effect heeft.
Leg vooraf vast wat je test, welke hypothese centraal staat, waar en hoe lang de test loopt, welke primaire en verklarende procesmaatstaven je volgt, welke neveneffecten je bewaakt en welke uitkomst voldoende is om door te gaan.
Houd de test klein genoeg om veilig en snel te leren, maar groot en lang genoeg om een betekenisvol effect te kunnen zien. Eén rustige ochtend kan bijvoorbeeld een vertekend beeld geven van een proces dat sterk wisselt tussen dagen, teams of typen aanvragen.
Pilot of experiment?
Een pilot beantwoordt vooral de vraag: werkt deze oplossing onder realistische omstandigheden en kunnen mensen ermee werken? Een experiment onderzoekt gerichter welke factoren de uitkomst veroorzaken of welke instellingen het beste werken.
Als meerdere procesfactoren tegelijk invloed hebben, kan Design of Experiments relevant zijn. Daarbij leg je vooraf factoren, niveaus, meetuitkomsten en een passend experimenteel ontwerp vast. Dit vraagt meer statistische kennis dan een eenvoudige pilot.
Noem niet iedere proef een experiment. Zonder vooraf geformuleerde hypothese, meetplan en vergelijking ontstaat vooral ervaring, maar weinig bewijs. In deze fase van improve in de DMAIC moet je zeker niet zomaar aannames doen. Controleer of veranderde bezetting, seizoensdrukte of een ander type werk de uitkomst kan verklaren. Documenteer ook een negatief resultaat; dat voorkomt herhaling van dezelfde aanname.
Stap 6: beslis op basis van de test
Na de test zijn er vier mogelijke besluiten:
- invoeren: het gewenste effect is voldoende en de risico’s zijn beheersbaar;
- aanpassen: de richting werkt, maar ontwerp of uitvoering moet beter;
- opnieuw testen: de resultaten zijn nog onvoldoende betrouwbaar of representatief;
- stoppen: het effect ontbreekt of de nadelen wegen zwaarder dan de voordelen.
Vergelijk de uitkomst met de baseline en de vooraf gekozen succescriteria. Kijk ook naar variatie, uitzonderingen, fouten, klantimpact en werkdruk. Controleer of veranderde bezetting, seizoensdrukte of een ander type werk de uitkomst kan verklaren. Documenteer ook een negatief resultaat; dat voorkomt herhaling van dezelfde aanname. Daarmee verhoog je de effectiviteit van de improve fase DMAIC.
Praktijkvoorbeeld improve fase DMAIC: automatisering verliest van één procesregel
Een serviceteam wil de doorlooptijd van aanvragen verkorten. In Measure is vastgesteld waar de wachttijd ontstaat. Uit Analyze blijkt vervolgens dat aanvragen vooral blijven liggen wanneer medewerkers te veel dossiers tegelijk openen. De aangetoonde oorzaak is dus niet een gebrek aan inzet, maar te veel werk in uitvoering.
De ontwerpopdracht luidt: verlaag het aantal gelijktijdig actieve dossiers en daarmee de wachttijd, zonder extra fouten of een hogere ervaren werkdruk. Het team vergelijkt een automatisch dashboard met herinneringen, een dagelijkse extra controle door de teamleider en een afspraak van maximaal drie actieve dossiers per medewerker.
Het dashboard is aanvankelijk favoriet, maar extra meldingen kunnen meer onderbrekingen veroorzaken. De extra controle voegt een overdracht en afhankelijkheid toe. De WIP-afspraak grijpt het meest direct in op de oorzaak, maar vraagt duidelijke uitzonderingsregels. Het team test daarom eerst de WIP-afspraak in één afgebakende werkstroom. Tijdens de pilot worden doorlooptijd, aantal actieve dossiers, herstelwerk en ervaren werkdruk gevolgd. Medewerkers bespreken dagelijks welke dossiers geblokkeerd zijn en waarom.
De test laat minder half afgerond werk en een rustiger proces zien. Tegelijk blijkt dat spoedaanvragen een expliciete beslisregel nodig hebben. Het team past de werkwijze aan en test opnieuw voor bredere invoering. Dit vereenvoudigde voorbeeld bewijst niet dat automatisering altijd verkeerd is. Het laat zien waarom je een oplossing beoordeelt op de relatie met de grondoorzaak en op gemeten gedrag in de praktijk. Verbeter eerst het proces en bepaal daarna welke technologie het verbeterde proces zinvol ondersteunt.
Vergeet de verandering rond de oplossing niet
Een technisch goede oplossing kan alsnog mislukken wanneer betrokkenen niet begrijpen waarom de werkwijze verandert. Neem daarom tijdens Improve fase DMAIC ook de menselijke en organisatorische kant mee.
Maak duidelijk:
- welk probleem en welke oorzaak zijn aangetoond;
- wat in het dagelijks werk en gedrag verandert;
- wie welke beslissing mag nemen;
- hoe knelpunten en feedback tijdens de pilot worden verwerkt.
Betrokkenheid betekent niet dat iedere beslissing bij meerderheid wordt genomen. Het betekent wel dat relevante kennis wordt gebruikt, bezwaren zichtbaar worden gemaakt en verantwoordelijkheden helder zijn. Lees bij complexe invoering ook hoe je met Lean Change Management betrokkenen gericht meeneemt. Dit is relevant voor de Lean Green Belt, Lean Black Belt, Lean Six Sigma Green Belt en Lean Six Sigma Black Belt.
Improve of Control: waar ligt de grens?
Improve is klaar wanneer de oplossing voldoende is getest en er een onderbouwd besluit tot invoering ligt. Control begint wanneer je de verbeterde prestatie structureel gaat volgen en terugval voorkomt. In Improve bepaal je al welke procesfactoren kritisch zijn, welke nieuwe standaard nodig is en welke maatstaven later moeten worden bewaakt. In Control werk je dit uit in eigenaarschap, standaardwerk en bijvoorbeeld toepassen van 5S, monitoring, een reactieplan en periodieke evaluatie. Een geslaagde pilot is dus nog geen geborgde verandering. Ga pas door wanneer het proces de oplossing kan overnemen en duidelijk is wat er gebeurt bij afwijkingen.
Veelgemaakte fouten in de Improve fase DMAIC
- De oplossing stond vooraf al vast. Formuleer eerst criteria en vergelijk echte alternatieven.
- De oplossing pakt een symptoom aan. Leg vast welke aangetoonde oorzaak zij beïnvloedt.
- De beslismatrix bevat vooral meningen. Markeer aannames en toets de belangrijkste.
- De pilot heeft geen succescriteria. Spreek vóór de test grenzen voor doorgaan en stoppen af.
- Alleen het gewenste resultaat wordt gemeten. Bewaak ook fouten, werkdruk en andere relevante neveneffecten.
- De pilot wordt direct een brede uitrol. Houd de test afgebakend totdat het bewijs voldoende is.
- Medewerkers worden pas bij invoering betrokken. Betrek uitvoerders al bij ontwerp, risicoanalyse en test.
Wanneer is de Improve-fase klaar?
Ga pas door naar Control wanneer je de volgende vragen met bewijs kunt beantwoorden:
- Is de grondoorzaak aantoonbaar gekoppeld aan de gekozen oplossing?
- Zijn meerdere oplossingsrichtingen serieus vergeleken?
- Zijn belangrijke aannames, risico’s en neveneffecten onderzocht?
- Laat de test voldoende verbetering van de primaire maatstaf zien?
- Is duidelijk waarom het resultaat aan de oplossing kan worden toegeschreven?
- Kunnen medewerkers de nieuwe werkwijze veilig en praktisch uitvoeren?
- Zijn uitzonderingen, verantwoordelijkheden en invoerstappen duidelijk?
- Is bekend welke maatstaven en kritische procesfactoren in Control gevolgd moeten worden?
Een ‘nee’ betekent niet automatisch dat het project is mislukt. Het geeft aan waar nog analyse, aanpassing of een nieuwe test nodig is.
Veelgestelde vragen over de Improve fase DMAIC
Welke tools gebruik je in de Improve-fase?
Dat hangt af van het probleem. Veelgebruikte hulpmiddelen zijn brainstormtechnieken, een impact-inspanningsmatrix, Pugh matrix of andere beslismatrix, FMEA, een pilot, een procesexperiment, Design of Experiments, standaardwerk en foutpreventie. Kies de tool die de openstaande vraag beantwoordt; gebruik geen tool alleen omdat die in een standaardformat staat.
Wat doe je als de oplossing niet werkt?
Onderzoek eerst of de oorzaak, het oplossingsprincipe, de uitvoering of de meting tekortschiet. Pas daarna de oplossing aan of stop ermee. Een goed gedocumenteerde mislukte test levert waardevolle kennis op en voorkomt een kostbare brede invoering.
Wat kun je morgen al doen?
Pak één oplossing uit je huidige verbeterproject en beantwoord drie vragen:
- Welke bewezen grondoorzaak neemt deze oplossing weg?
- Met welke maatstaf zien we tijdens een kleine test of dat lukt?
- Welk ongewenst neveneffect moeten we tegelijk bewaken?
Kun je één van deze vragen niet concreet beantwoorden? Dan is de oplossing nog niet klaar voor brede invoering.
Verder lezen
- Bekijk de Analyze-fase van DMAIC als de grondoorzaak nog niet voldoende is aangetoond.
- Lees de stapsgewijze uitleg van DMAIC voor de samenhang tussen alle vijf fasen.
- Gebruik de Pugh matrix om oplossingsrichtingen systematisch te vergelijken.
- Lees Lean Change Management als betrokkenheid bij de invoering extra aandacht vraagt.
Kies de opleiding die bij jouw verbeterpraktijk past
Wil je procesproblemen met DMAIC onderzoeken en oplossingen met gegevens onderbouwen? Bekijk dan de Lean Six Sigma Green Belt of, voor complexere verbeterprojecten, de Lean Six Sigma Black Belt.
Wil je je vooral richten op klantwaarde, flow, het verminderen van verspilling en continu verbeteren? Bekijk dan de Lean Green Belt of de verdiepende Lean Black Belt.
Auteur en inhoudelijke controle
Geschreven door Willem Salentijn, hoofdtrainer van 5ST3PS en auteur van Lean Six Sigma bij Noordhoff.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 28 juli 2026
Bronnen
- ASQ – DMAIC: opbouw en doel van de DMAIC-fasen.
- ASQ – Decision Matrix: criteria, weging en toepassing van de Pugh-matrix.
- ASQ – Failure Mode and Effects Analysis: systematische risicoanalyse met FMEA.
- NIST/SEMATECH – Choosing an experimental design: uitgangspunten voor experimentele ontwerpen.
- Noordhoff – Lean Six Sigma: controleerbare auteursvermelding van Willem Salentijn.


