9.7/10

Uit 700+ ervaringen

Control fase DMAIC

control fase dmaic

De Control fase is de laatste stap binnen DMAIC. Hier draait alles om borging. De bereikte verbetering moet namelijk ook morgen nog zichtbaar zijn. En liefst over zes maanden nog steeds.

Daarom leg je afspraken, metingen en verantwoordelijkheden helder vast. Je bepaalt ook wat gebeurt wanneer prestaties opnieuw afwijken. Zo wordt verbeteren onderdeel van het dagelijkse proces.

Kort gezegd: in Control maak je de verbetering onderdeel van normaal werken.

De Control fase volgt op de Improve fase van DMAIC. Daar ontwikkel, test en implementeer je oplossingen. In Control zorg je dat deze oplossingen blijven werken.

Wat is de Control fase in DMAIC?

DMAIC staat voor Define, Measure, Analyze, Improve en Control. Control is de vijfde fase van een DMAIC-project. Hier draag je het verbeterde proces over aan de proceseigenaar.

Je legt prestaties, werkwijzen en verantwoordelijkheden duidelijk vast. Control betekent dus niet dat je medewerkers voortdurend controleert. Je beheerst het proces en maakt afwijkingen tijdig zichtbaar.

Medewerkers moeten weten wanneer prestaties afwijken. Ze moeten ook weten welke reactie dan nodig is. Dat maakt Control praktisch en toepasbaar.

De American Society for Quality koppelt Control aan duurzame borging. ASQ noemt onder andere Control Plans en statistische procesbeheersing. Ook standaardisatie en foutpreventie spelen daarbij een belangrijke rol.

Een sterke Control fase beantwoordt vijf vragen:

  • Welke prestatie willen we vasthouden?
  • Hoe meten we die prestatie?
  • Wie bewaakt de prestatie?
  • Wanneer moeten we reageren?
  • Wat doen we bij een afwijking?

Deze vragen maken borging concreet. Ze verbinden data met dagelijks handelen.

Waarom is de Control fase DMAIC belangrijk?

Verbeteringen verdwijnen vaak niet door slechte oplossingen. Ze verdwijnen doordat organisaties terugvallen in oude routines. Werkdruk neemt toe, afspraken vervagen en aandacht verschuift. Nieuwe medewerkers kennen de gemaakte keuzes soms niet. Dashboards worden bekeken zonder duidelijke reactie op afwijkingen. Daardoor kan een goede verbetering langzaam zijn effect verliezen.

Control fase DMAIC voorkomt die terugval. De nieuwe werkwijze wordt onderdeel van normale procesbesturing. Dat maakt resultaten minder afhankelijk van personen.

Een goede Control fase levert verschillende voordelen op:

  • resultaten blijven zichtbaar;
  • afwijkingen worden sneller ontdekt;
  • medewerkers kennen de nieuwe standaard;
  • proceseigenaren kunnen gericht bijsturen;
  • verbeteringen blijven onderdeel van dagelijks werk;
  • nieuwe verbeteringen bouwen voort op een stabiele basis.

Control sluit daarom direct aan op continu verbeteren. De standaard van vandaag vormt morgen weer het vertrekpunt.

Deze gedachte past ook binnen kwaliteitsmanagement. ISO noemt continu verbeteren als belangrijk kwaliteitsmanagementprincipe. Ook procesgericht werken krijgt daarbij nadrukkelijk aandacht.

Meer achtergrond vind je bij ISO over kwaliteitsmanagement.

Hoe past Control binnen DMAIC?

Elke DMAIC-fase heeft een eigen centrale vraag. Samen vormen deze vragen een logische verbeterroute.

1. Define: welk probleem willen we oplossen?

2. Measure: hoe presteert het proces nu?

3. Analyze: waardoor ontstaat het probleem?

4. Improve: welke oplossing neemt de grondoorzaak weg?

5. Control: hoe houden we de bereikte verbetering vast?

Control begint overigens niet pas na Improve. Tijdens Improve denk je al over toekomstige beheersing na. Je bepaalt welke procesfactoren belangrijk blijven. Ook bepaal je welke ongewenste effecten bewaakt moeten worden. Daardoor wordt de overgang naar Control veel sterker.

Wil je DMAIC eerst als geheel bekijken? Lees dan ons DMAIC-overzicht. Een tweede uitleg vind je bij het Green Belt Institute.

Wat moet vanuit Improve klaarstaan?

Start Control fase DMAIC pas wanneer de gekozen oplossing voldoende is getest. Er moet bewijs zijn voor het gewenste effect. Ook belangrijke risico’s moeten voldoende bekend zijn.

Minimaal nodig zijn:

  • een geteste nieuwe werkwijze;
  • een vergelijking met de oorspronkelijke baseline;
  • duidelijke succescriteria;
  • bekende risico’s en neveneffecten;
  • relevante CTQ’s en procesmaatstaven;
  • afspraken over uitzonderingen;
  • een aangewezen proceseigenaar.

Ontbreekt deze basis? Ga dan terug naar Improve. Control kan een onbewezen oplossing niet alsnog betrouwbaar maken.

Stap 1: bevestig de nieuwe procesprestatie

Begin Control met een nieuwe beoordeling van de procesprestatie. Vergelijk die uitkomst met de baseline uit Measure. Kijk daarbij verder dan alleen het gemiddelde.

Beoordeel bijvoorbeeld doorlooptijd, fouten, klanttevredenheid, productiviteit en variatie. Kijk ook naar herstelwerk, werkvoorraad, veiligheid en compliance. Kies alleen maatstaven die echt iets vertellen.

Controleer daarna of de verbetering voldoende stabiel blijft. Een goede week bewijst nog geen duurzaam proces. Bekijk daarom voldoende waarnemingen over een representatieve periode.

Vergelijk die resultaten met de oorspronkelijke Measure fase. Zo wordt zichtbaar hoeveel het proces werkelijk verbeterde.

Bij Six Sigma kan Process Capability opnieuw worden berekend. Zo vergelijk je procesprestaties met relevante klantspecificaties. Gebruik capability alleen bij een passend en voldoende stabiel proces.

Stap 2: maak de nieuwe werkwijze de standaard

Een verbetering blijft kwetsbaar zonder duidelijke standaard. Leg daarom vast hoe het verbeterde proces uitgevoerd wordt. Doe dat samen met de mensen die het werk uitvoeren.

Standaardwerk kan verschillende vormen krijgen:

  • werkinstructies;
  • checklists;
  • visuele standaarden;
  • procesafspraken;
  • systeeminstellingen;
  • beslisregels;
  • standaardformulieren;
  • foutpreventie;
  • opleidingsmateriaal.

Maak de standaard zo eenvoudig mogelijk. Een lang document wordt zelden dagelijks gebruikt. Gebruik liever informatie op het juiste moment en de juiste plaats.

Controleer ook of systemen de nieuwe werkwijze ondersteunen. Oude instellingen kunnen medewerkers terugduwen naar oud gedrag. Verwijder daarom verouderde instructies, formulieren en procesroutes.

Standaardwerk is overigens geen eindpunt. Het beschrijft de beste bekende werkwijze van dit moment. Nieuwe verbeteringen kunnen later weer een betere standaard opleveren.

Binnen Lean krijgt deze manier van borgen veel aandacht. Een Lean Green Belt leert verbeteringen praktisch op de werkvloer verankeren. Bij grotere verbetertrajecten verschuift ook de rol. Een Lean Black Belt kijkt naar samenhang en duurzame verbetering.

Stap 3: maak een Control Plan

Een Control Plan in de Control fase DMAIC beschrijft hoe het verbeterde proces beheerst blijft. Het maakt monitoring, verantwoordelijkheden en reacties expliciet. Daarmee voorkom je vrijblijvende dashboards zonder opvolging.

Een praktisch Control Plan bevat minimaal:

OnderdeelCentrale vraag
CTQ of KPIWelke prestatie bewaken we?
NormWelke prestatie verwachten we?
MeetmethodeHoe verzamelen we gegevens?
FrequentieHoe vaak controleren we?
EigenaarWie beoordeelt de uitkomst?
SignaalgrensWanneer is actie nodig?
ReactieWelke actie volgt bij afwijking?
EscalatieWanneer is ondersteuning nodig?

Houd het Control Plan bruikbaar voor de dagelijkse praktijk. Voeg alleen controles toe die een beslissing ondersteunen. Meer metingen betekenen namelijk niet automatisch meer beheersing. Een goede meting levert informatie. Goede procesbeheersing koppelt daar een passende actie aan. ASQ noemt het Control Plan expliciet als hulpmiddel binnen Control. Het document helpt de bereikte procesprestatie behouden.

Stap 4: volg procesgedrag met passende maatstaven

Niet iedere KPI vertelt hetzelfde verhaal. Gebruik daarom resultaatmaatstaven én relevante procesmaatstaven. Samen laten ze resultaat en gedrag zien. Een resultaatmaatstaf toont het uiteindelijke effect. Denk aan doorlooptijd, fouten of klanttevredenheid. Een procesmaatstaf toont of de nieuwe werkwijze wordt gevolgd.

Een voorbeeld maakt het verschil duidelijk. Je wilt de doorlooptijd van dossiers verlagen. Doorlooptijd is dan een resultaatmaatstaf. Het aantal actieve dossiers kan een belangrijke procesmaatstaf zijn. Die maatstaf laat vroeg zien of werk zich opstapelt.

Volg daarnaast niet uitsluitend gemiddelden. Gemiddelden kunnen belangrijke variatie verbergen. Bekijk daarom ook prestaties door de tijd. Bij geschikte data kan een Control Chart helpen. Deze grafiek onderscheidt normale variatie van bijzondere oorzaken. Daardoor reageer je minder snel op willekeurige schommelingen.

Lees hiervoor onze uitgebreide Control Chart uitleg. Daar leggen we de opbouw en toepassing verder uit.

Meer verdieping vind je bij procescontrole met Lean Six Sigma. Daar vergelijken we visuele controle met datagedreven procesbeheersing.

Wil je eerst het begrip SPC bekijken? Gebruik dan de SPC-uitleg van Green Belt Institute.

Waarom is statistische procesbeheersing belangrijk?

Statistische procesbeheersing kijkt naar procesgedrag over tijd. Daardoor ontstaat meer inzicht dan met losse momentopnamen. Ook NIST beschrijft SPC als procescontroletechniek. NIST vergelijkt actuele procesdata met eerder vastgesteld procesgedrag. Control Charts spelen daarin een belangrijke rol. Ook CUSUM en EWMA kunnen worden gebruikt. Die technieken passen vooral bij specifieke monitoringsvragen. Dit is dan ook iets wat in de Lean Six Sigma Black Belt opleiding van 5ST3PS terugkomt.

Voor veel verbeterprojecten volstaat een klassieke Control Chart. De keuze hangt altijd af van jouw gegevens. Gebruik dus niet automatisch dezelfde grafiek. Continue en attributieve data vragen verschillende Control Charts. Ook steekproefgrootte speelt een rol. Hetzelfde geldt voor meetfrequentie en processtructuur.

Een Lean Six Sigma Green Belt combineert datakennis met praktische procesverbetering. Daardoor wordt Control sterker dan alleen dashboardmonitoring. Complexere analyses horen vaker bij Black Belt-niveau. Lees meer over de Lean Six Sigma Black Belt.

Control limits zijn geen specificatielimieten

Control limits en specificatielimieten worden vaak door elkaar gehaald. Ze beantwoorden echter verschillende vragen. Control limits komen voort uit het waargenomen procesgedrag. Ze helpen bijzondere oorzaken in het proces herkennen. Specificatielimieten komen juist voort uit eisen. Die eisen kunnen afkomstig zijn van klanten of regelgeving. Een proces kan stabiel zijn en toch slecht presteren. Het proces kan consequent buiten klantverwachtingen produceren. Andersom kan een gemiddeld goed proces instabiel zijn. Dan kunnen onverwachte afwijkingen alsnog problemen veroorzaken.

Kijk daarom altijd naar beheersing én prestatie. Beide perspectieven zijn nodig voor duurzame kwaliteit. Dit onderscheid is belangrijk binnen de hele DMAIC-cyclus. In Measure bepaal je de uitgangssituatie. In Control fase DMAIC bewaak je de nieuwe toestand.

Stap 5: maak een reactieplan voor afwijkingen

Monitoring zonder reactieplan is vooral registratie. Leg daarom vooraf vast wat gebeurt bij een afwijking. Dat wordt vaak een response plan genoemd. Binnen Six Sigma wordt ook de term OCAP gebruikt. OCAP betekent Out of Control Action Plan. Het beschrijft acties bij signalen van een onbeheerst proces.

Een eenvoudig reactieplan kan deze stappen bevatten:

1. Controleer eerst de meting.

2. Beoordeel of een bijzondere oorzaak aanwezig is.

3. Beperk direct klant- of veiligheidsrisico’s.

4. Onderzoek wat sinds de laatste goede prestatie veranderde.

5. Herstel de standaard bij aantoonbare afwijking.

6. Escaleer wanneer het probleem buiten bevoegdheden valt.

7. Leg oorzaak, actie en resultaat vast.

Maak reacties specifiek genoeg voor dagelijks gebruik. Alleen ‘onderzoek het probleem’ geeft meestal te weinig richting.

Beschrijf wie handelt, wanneer en met welke bevoegdheid. Zo voorkom je onduidelijkheid tijdens een afwijking.

Voorkom tegelijk automatische overreactie. Niet iedere beweging in een KPI vraagt interventie. Statistische procesbeheersing helpt bij passende beslissingen.

Stap 6: organiseer eigenaarschap en dagelijkse besturing

Een projectteam blijft niet permanent verantwoordelijk. De proceseigenaar moet het verbeterde proces uiteindelijk overnemen. Die overdracht moet daarom expliciet gebeuren.

Leg minimaal vast:

  • wie eigenaar is van procesprestaties;
  • wie gegevens verzamelt;
  • wie afwijkingen beoordeelt;
  • wie corrigerende acties uitvoert;
  • wanneer escalatie nodig is;
  • waar resultaten worden besproken.

Lean Daily Management kan deze borging ondersteunen. Kernprestaties worden dan regelmatig met het team besproken. Afwijkingen worden zichtbaar gemaakt en gericht opgevolgd. Een dagstart kan daarvoor geschikt zijn. Lees onze uitleg over een dagstart organiseren.

Gebruik een dagstart alleen voor relevante informatie. Niet iedere KPI hoeft iedere ochtend besproken te worden. Kies de frequentie passend bij procesrisico en snelheid. Een veiligheidskritisch proces vraagt bijvoorbeeld intensievere bewaking. Maandelijkse administratie kan juist minder frequente monitoring vragen. De meetfrequentie moet passen bij mogelijke veranderingen.

Lean en Six Sigma in de Control fase

Lean en Six Sigma leggen verschillende accenten. In Control fase DMAIC vullen deze accenten elkaar goed aan. Lean richt zich sterk op procesgedrag en dagelijkse routines. Denk aan standaardwerk, visueel management en foutpreventie. Ook Lean Daily Management ondersteunt dagelijkse beheersing. Medewerkers zien afwijkingen en kunnen sneller reageren. Six Sigma richt zich sterker op datagedreven procesbeheersing. Denk aan Control Charts, capability en statistische signalen.

Daarmee zie je veranderingen die visueel minder duidelijk zijn. Data kunnen problemen signaleren voordat gevolgen zichtbaar worden. Onze uitleg over procescontrole Lean Six Sigma gaat hier dieper op in. Gebruik niet automatisch alle beschikbare tools. Kies hulpmiddelen die een relevant risico beheersen.

Het doel blijft een betrouwbaar proces. Een volle toolbox is geen doel.

Praktijkvoorbeeld: van Improve naar Control

Een serviceteam wil de doorlooptijd van aanvragen verkorten. In Analyze blijkt teveel gelijktijdig werk een grondoorzaak. Tijdens Improve wordt daarom een WIP-limiet getest. Medewerkers behandelen maximaal drie actieve dossiers tegelijk. De pilot laat een lagere doorlooptijd zien. Ook neemt het aantal half afgeronde dossiers af. Spoedaanvragen blijken wel duidelijke uitzonderingsregels nodig te hebben. Het team past de werkwijze daarom eerst aan. Daarna volgt een bredere invoering. In Control fase DMAIC wordt de WIP-limiet onderdeel van standaardwerk. Het systeem toont dagelijks het aantal actieve dossiers. De teamleider bespreekt afwijkingen tijdens de dagstart.

Het Control Plan bevat twee belangrijke maatstaven. Doorlooptijd bewaakt het resultaat. Het aantal actieve dossiers bewaakt de gekozen procesregel. Bij overschrijding onderzoekt het team eerst geblokkeerde dossiers. Daarna wordt capaciteit verdeeld volgens vaste afspraken. Spoedwerk volgt een afzonderlijke beslisregel. Na enkele weken blijft de verbetering zichtbaar. De proceseigenaar neemt vervolgens het beheer volledig over. Het DMAIC-project kan daarna formeel worden afgesloten.

Dit voorbeeld laat een belangrijk principe zien. Borg niet alleen het resultaat. Borg vooral het procesgedrag achter dat resultaat.

Vergeet de menselijke kant van Control fase DMAIC niet

Een nieuw proces blijft alleen bestaan wanneer mensen het begrijpen. Medewerkers moeten weten waarom de standaard veranderd is. Ze moeten ook weten welke vrijheid blijft bestaan. Daar ontstaat vaak het verschil tussen papier en praktijk. Training kan daarom onderdeel zijn van Control. Maar alleen training is meestal onvoldoende.

De werkomgeving moet gewenst gedrag ondersteunen.

Maak gewenst gedrag gemakkelijk en zichtbaar.

Gebruik waar mogelijk foutpreventie in plaats van extra controles.

Bespreek ook wat medewerkers doen bij onverwachte situaties. Een standaard zonder uitzonderingsregels wordt snel omzeild.

Maak daarom duidelijk wanneer professioneel oordeel nodig is. Leg ook vast wanneer escalatie moet plaatsvinden.

Borging is meer dan documenteren

Organisaties denken bij Control fase DMAIC soms direct aan procedures. Dat is begrijpelijk, maar te beperkt. Een procedure alleen verandert geen dagelijks gedrag. Hetzelfde geldt voor een dashboard.

Echte borging bestaat uit verschillende elementen:

  • een duidelijke standaard;
  • begrijpelijke procesmaatstaven;
  • zichtbaar eigenaarschap;
  • passende systemen;
  • tijdige feedback;
  • duidelijke reactieplannen;
  • aandacht voor afwijkingen;
  • regelmatig leren en verbeteren.

Daarmee sluit Control fase DMAIC aan op breder kwaliteitsmanagement. ISO benadrukt procesgericht en continu verbeteren. Borging betekent daarom niet dat het proces nooit verandert. Het proces verandert juist gecontroleerd.

Veelgemaakte fouten in de Control fase DMAIC

1. Het project te vroeg afsluiten

Een goede pilot betekent nog geen duurzaam resultaat. Controleer prestaties daarom ook na bredere invoering.

2. Alleen een dashboard maken

Een dashboard laat informatie zien. Het borgt nog geen reactie of eigenaarschap. Koppel kritische maatstaven daarom aan duidelijke beslisregels.

3. Te veel KPI’s volgen

Te veel indicatoren verdelen de aandacht. Kies maatstaven rond klantwaarde, procesgedrag en risico’s.

4. Geen proceseigenaar aanwijzen

Zonder eigenaar wordt terugval al snel niemands probleem. Maak eigenaarschap expliciet voordat het project sluit.

5. Alleen op resultaat sturen

Een resultaatmaatstaf vertelt soms pas laat dat iets misgaat. Procesmaatstaven kunnen eerder waarschuwen.

6. Control verwarren met extra inspectie

Meer eindcontroles lossen slechte procesbeheersing niet automatisch op. Voorkom fouten liever bij de bron.

7. Control Charts verkeerd interpreteren

Niet iedere beweging vraagt dezelfde reactie. Reageren op normale variatie kan extra variatie veroorzaken. Train gebruikers daarom in passende beslisregels.

8. Oude standaarden laten bestaan

Twee verschillende werkwijzen veroorzaken snel verwarring. Verwijder daarom oude instructies na succesvolle invoering.

9. Alleen de projectleider verantwoordelijk houden

Control vraagt overdracht naar de lijnorganisatie. Anders blijft de verbetering afhankelijk van één persoon.

Wanneer is de Control fase DMAIC gereed?

Control fase DMAIC is gereed wanneer de verbetering aantoonbaar is geborgd. Dat betekent meer dan een ingevuld projectdocument.

De dagelijkse organisatie moet het proces zelfstandig kunnen beheersen.

Controleer minimaal deze punten:

  • De nieuwe prestatie is voldoende bevestigd.
  • De nieuwe werkwijze is gestandaardiseerd.
  • Kritische KPI’s en CTQ’s hebben duidelijke eigenaren.
  • Meetmethoden en frequenties zijn vastgelegd.
  • Reacties op afwijkingen zijn vooraf bepaald.
  • Betrokken medewerkers kennen de nieuwe standaard.
  • De proceseigenaar heeft de verantwoordelijkheid overgenomen.
  • Oude werkwijzen en documenten zijn verwijderd.
  • Resultaten blijven voldoende stabiel na implementatie.
  • Openstaande risico’s hebben een eigenaar en vervolgactie.

Zijn deze punten op orde? Dan kan het project verantwoord worden gesloten.

Wat gebeurt na Control?

DMAIC eindigt formeel bij Control. Continu verbeteren stopt natuurlijk niet bij Control fase DMAIC. Nieuwe afwijkingen of kansen kunnen later weer aandacht vragen. Een klein probleem past vaak binnen dagelijkse verbetering.

Een complex terugkerend probleem kan een nieuw DMAIC-project vereisen. Gebruik daarvoor opnieuw feiten en een duidelijke probleemdefinitie. Control vormt zo de verbinding met continu verbeteren. De geborgde standaard wordt het vertrekpunt voor volgende verbeteringen. Dat past ook bij de kwaliteitsprincipes van ISO. Continu verbeteren blijft een terugkerend onderdeel van kwaliteitsmanagement.

Veelgestelde vragen over de Control fase DMAIC

Wat doe je in de Control fase?

Je borgt de verbetering en draagt het proces over. Je legt metingen, standaarden en verantwoordelijkheden vast.

Welke tools gebruik je in Control?

Veelgebruikte tools zijn Control Plans, Control Charts en standaardwerk. Ook visueel management past goed binnen Control.

Wat is een Control Plan?

Een Control Plan beschrijft hoe kritische procesprestaties bewaakt blijven. Het koppelt maatstaven aan eigenaren en reacties.

Wat is een OCAP?

Een OCAP is een vooraf opgesteld reactieplan. Je gebruikt het bij signalen van procesinstabiliteit.

Wat is het verschil tussen monitoring en Control?

Monitoring laat zien wat gebeurt. Control bepaalt ook wanneer en hoe je reageert.

Hoe lang duurt de Control fase?

Daarvoor bestaat geen vaste standaardduur. De periode moet lang genoeg zijn voor betrouwbare borging.

Wie is verantwoordelijk na het DMAIC-project?

De proceseigenaar wordt verantwoordelijk voor blijvende procesprestaties. Het projectteam organiseert een duidelijke overdracht.

Wat doe je wanneer prestaties opnieuw verslechteren?

Volg eerst het afgesproken reactieplan. Onderzoek daarna welke procescondities veranderd zijn.

Gebruik je altijd een Control Chart?

Nee. De gekozen beheersmethode moet passen bij proces, risico en gegevens.

Is Control fase dmaic alleen belangrijk binnen Six Sigma?

Nee. Ook Lean gebruikt standaardwerk, visueel management en dagelijkse procesbesturing.

Wat kun je morgen al doen?

Pak één recente verbetering uit jouw organisatie. Beantwoord daarna vijf eenvoudige vragen:

1. Welke prestatie moet behouden blijven?

2. Welke procesmaatstaf voorspelt mogelijke terugval?

3. Wie ziet als eerste dat prestaties veranderen?

4. Wanneer moet die persoon reageren?

5. Welke actie is dan vooraf afgesproken?

Kun je deze vragen niet beantwoorden? Dan is de verbetering waarschijnlijk nog onvoldoende geborgd.

Verder lezen over Control en DMAIC

Wil je verder verdiepen? Bekijk dan eerst onze volledige DMAIC-reeks:

Voor aanvullende verdieping zijn deze pagina’s bruikbaar:

Welke opleiding past bij Control fase DMAIC?

Wil je DMAIC zelfstandig toepassen binnen verbeterprojecten? Bekijk onze Lean Six Sigma Green Belt opleiding. Daar leer je DMAIC praktisch gebruiken. Je combineert procesverbetering met data en statistische technieken.

Werk je aan complexere of organisatiebrede vraagstukken? Bekijk dan de Lean Six Sigma Black Belt opleiding. Daar ligt meer nadruk op complexe analyses en veranderkundige vraagstukken.

Ligt jouw focus vooral op flow en dagelijkse verbetering? Bekijk dan onze Lean Green Belt opleiding.

Voor organisatiebrede Lean-vraagstukken bestaat ook de Lean Black Belt opleiding.

Tijdens onze opleidingen werk je met praktijkcases en realistische procesdata. Je leert niet alleen welke tools bestaan. Je leert vooral wanneer je ze gebruikt. En wanneer juist niet.

Auteur en inhoudelijke controle

Geschreven door Willem Salentijn, hoofdtrainer van 5ST3PS. Hij is auteur van het studieboek Lean Six Sigma van Noordhoff Uitgevers. De inhoud combineert praktijkervaring met erkende vakbronnen.

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 23 augustus 2026.

Bronnen en verdere verdieping

Voor deze pagina gebruiken we verschillende vakinhoudelijke referenties.

American Society for Quality – DMAIC beschrijft de vijf DMAIC-fasen. De pagina benoemt ook hulpmiddelen voor Control.

NIST – Process Control Techniques behandelt statistische procesbeheersing. NIST bespreekt Control Charts, CUSUM en EWMA.

ISO – Quality Management beschrijft belangrijke kwaliteitsmanagementprincipes. Procesgericht werken en continu verbeteren staan daarbij centraal.

Daarnaast verwijzen we naar eigen praktijkartikelen. Die bieden aanvullende voorbeelden en toepassingsgerichte uitleg.

Latest Post

At 5ST3PS we have one foot in science and one foot in practice. This enables us to combine the knowledge of both worlds and use it in our courses. On this page we share some papers to share our scientific knowledge.

improve fase dmaic

Improve fase DMAIC

In de Improve-fase van DMAIC ontwikkel je oplossingen voor aangetoonde grondoorzaken, vergelijk je alternatieven, beoordeel je risico’s en test je

Read More »

Voor meer informatie lees meer in onze kennisbank

Brochure downloaden

A ACTIEF - Brochure downloaden